Toetreding tot het RGI-consortium
Deelnemers aan het programma Ruimte voor Geo-Informatie vormen samen het RGI-consortium. Op 7 februari 2005 is een Consortiumovereenkomst gesloten tussen een aantal deelnemers van het eerste uur. Nieuwe deelnemers kunnen toetreden tot het consortium door het tekenen van de Toetredingsovereenkomst.
De Toetredingsbijeenkomst vormt een bijlage bij de Consortiumovereenkomst. Beide documenten zijn hieronder te downloaden. De Consortiumovereenkomst is alleen ter inzage.
Een actueel overzicht van de partijen die tot nu toe zijn toegetreden tot het consortium, vindt u in het document "consortiumpartners". Partijen hoeven maar één maal een consortiumovereenkomst te tekenen, ook als zij bij meerdere projecten betrokken zijn.
Een actueel overzicht van de partijen die tot nu toe zijn toegetreden tot het consortium, vindt u in het document "consortiumpartners". Partijen hoeven maar één maal een consortiumovereenkomst te tekenen, ook als zij bij meerdere projecten betrokken zijn.
Brugformulier
Met het brugformulier worden bruggen tussen RGI en andere innovatieprogramma’s geformaliseerd. RGI-projecten die een brug slaan naar een ander programma kunnen dit formulier gebruiken om de brug te bekrachtigen.
Het formulier beschrijft de gezamenlijke doelstelling van een zogeheten brug tussen twee (Bsik-)programma’s en hoe deze brug inhoudelijk, organisatorisch en financieel is vormgegeven. Het doel van dit formulier is dergelijke bruggen te identificeren zodat het ook in rapportages opgenomen wordt. De penvoerders van beide projecten tekenen voor de samenwerking en de inhoud; beide Bsik-programmadirecteuren voor de acceptatie van de samenwerking als formele brug waarover ze aan SenterNovem en NWO zullen rapporteren.
Samenwerkingsovereenkomst projectpartners
Partners in een project zijn via de toetredingsovereenkomst aan het RGI-consortium en het RGI-programma verbonden. Elk project gaat via de penvoerder een projectovereenkomst aan met RGI. De relatie tussen de projectpartners onderling is hiermee nog niet geregeld.
Dit is echter wel raadzaam aangezien alleen de penvoerder van een project via de projectovereenkomst aan RGI verbonden is, met alle rechten (subsidie) en plichten (uitvoeren project) van dien. Voor de penvoerder is het van belang om de verplichtingen ook bij de overige partners van het project neer te leggen. Voor de partners is het raadzaam de rechten niet alleen bij de penvoerder te laten. Eén en ander is te bereiken door als partners onderling een samenwerkingsovereen¬komst aan te gaan waarin deze zaken geregeld zijn.
Bij het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst speelt RGI geen rol. Het is aan de projectpartners zelf om hun samenwerking goed te regelen. Wel wil RGI graag een handreiking bieden, door nieuwe projecten gebruik te laten maken van de ervaring die bij andere projecten is opgedaan. Hieronder staan enkele voorbeelden van overeenkomsten die partijen in RGI projecten onderling aangegaan zijn.
Deze overeenkomsten dienen uitsluitend als voorbeeld van hoe andere projecten hun samenwerking geregeld hebben. RGI draagt geen verantwoordelijkheid voor deze overeenkomsten, en geeft geen enkele garantie dat de voorbeelden compleet dan wel juridisch correct zijn. Gebruik ervan is dan ook volledig voor eigen risico.
Bij het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst speelt RGI geen rol. Het is aan de projectpartners zelf om hun samenwerking goed te regelen. Wel wil RGI graag een handreiking bieden, door nieuwe projecten gebruik te laten maken van de ervaring die bij andere projecten is opgedaan. Hieronder staan enkele voorbeelden van overeenkomsten die partijen in RGI projecten onderling aangegaan zijn.
Deze overeenkomsten dienen uitsluitend als voorbeeld van hoe andere projecten hun samenwerking geregeld hebben. RGI draagt geen verantwoordelijkheid voor deze overeenkomsten, en geeft geen enkele garantie dat de voorbeelden compleet dan wel juridisch correct zijn. Gebruik ervan is dan ook volledig voor eigen risico.
Projectovereenkomst
De projectovereenkomst wordt afgesloten tussen de stichting RGI en de penvoerder van het project, en behelst zaken zoals rapportageverplichtingen en betalingen. De penvoerder is hierdoor het aanspreekpunt van het hele project. Het programmabureau onderhoudt geen contacten met andere projectpartners.
Na ontvangst van de begroting en alle toetredingsovereenkomsten van de betrokken projectpartners stelt het programmabureau de projectovereenkomst op, en stuurt per post twee ondertekende originelen naar de penvoerder. Ter informatie kunt u hier een modelovereenkomst downloaden.
